CDA Brummen CDA Brummen  
     

Ruimtelijke Visie Buitengebied

Er zijn in ruimtelijke zin in Nederland een tweetal zaken bijzonder actueel. Allereerst de woningnood en daarnaast de inrichting van de open ruimte. Ook in onze gemeente spelen deze zaken een zéér belangrijke rol. Recent heeft de voltallige raad uitgesproken dat de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie binnen de afgesproken termijn tot stand dient te komen. Hetgeen betekent dat eind 2005 deze visie aan de orde komt.
 
Het CDA heeft recent een visie uitgebracht over wonen. Even grote waarde wordt toegekend aan de inrichting van ons mooie buitengebied. Om die reden is door het CDA stilgestaan bij vraagstukken die het buitengebied aangaan. Dit heeft geleid tot het indienen van een initiatiefvoorstel met beleidsuitgangspunten voor de ontwikkeling van een visie voor de toekomst.
 
In de nota is een analyse vastgelegd en worden tevens uitspraken gedaan welke richting wenselijk is. Deze samenvatting strekt enerzijds tot leeswijzer van de nota en legt anderzijds kernachtig de gekozen uitgangspunten neer. Het is de uitdrukkelijke wens van het CDA om met de raad overeenstemming te bereiken over de uitgangspunten, om daarna met het college samen de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie gestalte te geven als basis voor de toekomst.
 
Inrichting en hoofdlijnen  van de nota.
 
Allereerst wordt aangegeven wat onder het buitengebied moeten worden verstaan, begrippen als natuur en landelijk cultuurgebied worden toegelicht. Op basis hiervan wordt stilgestaan bij het karakter van het beeld van het Brummense buitengebied.
Hierbij wordt samengevat dat het gebied bestaat uit echte natuur en uit landelijke cultuurgebieden, die beiden een eenheid vormen en het landschappelijk karakter van de gemeente bepalen.
 
Hierna wordt ingegaan op de het economische draagvlak en de ontwikkeling van het recht van eigendom en de eigendomsverhoudingen door de jaren heen. Hierbij komt naar voren dat het in hoofdzaak de agrariër was en is die door de eeuwen heen het landelijk gebied vorm heeft gegeven.
 
Kernachtig wordt uitgelegd dat de agrariër in het gebied onder druk staat en dat er bedreigingen zijn die dienen te worden afgewend. Diverse landbouwcrises, toenemende eisen en een sterk wijzigend Europees landbouwbeleid, die omslagen in de bedrijfsvoering met zich mee zullen brengen.
Het economisch draagvlak van het agrarisch bedrijf is aangetast en in verband daarmee wordt het beheer van het cultuurlandschap verzwakt. Daardoor wordt ook het landschappelijk karakter bedreigd.
 
Voorts is een relatie gelegd met ontwikkeling van woningbouw. De recente ontwikkelingen op het gebied van de woningbouw , met name die het gevolg zijn van het woonkwaliteitplan zullen in geval van uitbreiding, ten koste gaan van cultuurgrond. Tevens wordt de trend gesignaleerd van toenemende belangstelling voor vrijgekomen agrarische woningen onder de wens van woningsplitsing. Het landelijk gebied komt hierdoor onder druk.
 
Op deze druk op het landelijk gebied wordt uitvoerig ingegaan. Hierbij worden de verschillende claims op rij gezet. Woningbouw, aangescherpte Europese regelgeving, ecologische hoofdstructuur en verbindingszones en eventuele dijkverlegging worden behandeld.
 
Als belangrijk aspect is naar voren gebracht de keuze waarvoor de agrariër komt te staan, waarbij rendement, kwaliteitsproductie en veranderende bedrijfsvoering belangrijke invalshoeken zijn. De keuzes waarvoor de agrariër komt te staan zijn van invloed op de inrichting van het cultuurgebied. Bedrijfsuitbreiding of bedrijfsbeëindiging. Ecologische productie of niet. Schaalverkleining met aanvullende bedrijfsactiviteiten of niet. Kortom, een scala van keuzes die direct leiden tot veranderingen in het buitengebied.
 
Beschreven beleidsconsequenties.
 
Op basis van dit alles worden de consequenties voor het te voeren beleid getrokken. Hierbij wordt ingegaan op de kaders, het beleid voor de agrarische sector en de bebouwing met behoud van het landelijk gebied alsmede de op handen zijn ontwikkeling van het plattelandsbeleid van de Europese Unie, hetgeen zal worden vastgelegd in de zogenaamde 2e pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
 
De richting die wordt aangegeven is van tweeërlei aard.
Allereerst het zoveel mogelijk in stand houden van het landschappelijk karakter van de gemeente. Daar is een zo veel mogelijke ondersteuning van de agrarische en daarmee verbonden bevolking bij het beheer ven het cultuurlandschap nauw mee verbonden. Bij de behandeling van de beleidsconsequenties worden zo concreet mogelijk doelstellingen, zo men wil piketpalen benoemd, welke als vaste vertrekpunten kunnen worden aangenomen.
 
De voorgestelde uitgangspunten (piketpalen) zijn hierna gegroepeerd weergegeven.
 
Uitgangspunten.
 
  1. De gemeente zorgt ervoor dat bij uitbreidingen van de woonkernen in Eerbeek , Brummen en Empe minimale schade aan het landelijk gebied wordt aangericht
 
  1. De uitbreidingen concentreren zich in Brummen , Eerbeek en Empe
 
  1. De 2e pijler van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid(GLB) biedt voor de periode 2006-2011 ruime mogelijkheden voor gebiedontwikkeling. Aanzienlijke Europese gelden komen voor de gemeente beschikbaar in het kader van de plattelandsontwikkeling.Die moeten worden benut.
 
  1. Een robuuste (circa 1 a 1,5 km brede ) ecologische verbindingszone vanaf Eerbeek over Tonden-Oeken naar de IJssel, direct onder de Hoven, is gepland en is ook gewenst. 
 
  1. De gemeente zorgt ervoor dat in alle relevante gremia , bijvoorbeeld die in het kader van de Stedendriehoek,duidelijkheid gegeven wordt over de met de bevoegden afgesproken grenzen van de ecologische hoofdstructuur en verbindingszone en het beheer ervan. Voor zover er nog sprake is van een onderhandeling- of overlegsituatie geeft ze duidelijk aan welke bedoelingen(visie) de gemeente heeft met de genoemde gebieden. 
 
  1. De gemeente hanteert het principe enkelvoudig rood voor enkelvoudig rood in het landelijk gebied.Voorts zal ze er naar streven verspreide “rode” leegstand te voorkomen
 
  1. Ook niet -agrarische werkfuncties kunnen in het buitengebied de vitaliteit van het platteland ondersteunen of versterken. 
 
  1. Daar waar er in de lopende discussies van de ruimtelijke ontwikkeling van de Regio Stedendriehoek alsmede in het nieuwe concept-Streekplan sprake is van landhuisbebouwing in de zogenoemde bundelinggebieden, is uitsluitend die in Hall en Empe aanvaardbaar. Een eventuele geringe verdichting van de landhuisbebouwing langs het kanaal is toegestaan. Geen uitbreiding.
 
  1. Uitsluitend nieuwe landgoederen zijn acceptabel indien voldaan wordt aan de volgende drie eisen:
§         oppervlak: om en de nabij 25 a 30 hectare
§         aansluitend aan bestaande natuur en alleen rood voor rood;
§         een hoofdgebouw en maximaal twee kleinere bijgebouwen.
 
  1. Indien er percelen van aanzienlijke omvang (5 tot 10 hectare) geïsoleerd in het landschap dreigen te verrommelen kan overwogen worden de eigenaar, in ruil voor het betreffende perceel, een klein perceel geschikt voor landhuisbebouwing aan te bieden..
 
  1. Als extra instrumenten zet zij het voorkeursrecht en vereveningsinstrumenten in.
De gemeente zorgt ervoor door uitoefening van haar voorkeursrecht gronden te verwerven in Hall, Empe, Oeken en langs het kanaal om het hiervoor genoemde beleid te kunnen uitvoeren.


lees verder > naar boven
Nieuwsbrief CDA-Brummen
CDA Nieuws update 31-01-2012. Het CDA gaat zich vernieuwen, doe mee!  Lees meer
Actueel
CDA-bulletin

Het CDA-bulletin verschijnt 2x per jaar. Voor activiteiten en meningvorming van het CDA, zie laatste uitgave: November 2011

Visie CDA

Mens, je mag er zijn!     Lees meer >

Gemeenschapszin en Burgerschap

Gemeenschapszin en burgerschap zijn het cement van de samenleving en haar verbanden. Dat is een van de kernwaarden van het CDA.   Lees meer

CDA Ledenwerfactie

10 redenen om lid te worden!

Als lid kunt u meebeslissen over zaken die u direct aangaan. Het CDA wil een Nederland waarin mensen respectvol met elkaar omgaan en waar problemen worden aangepakt.

 



lees verder >
Programma 2010-2014